Het natuurgebied de Cévennes, gelegen in het dunbevolkte departement de Lozère, kenmerkt zich vooral door het ruige karakter en de afwisselende landschappen. In het zuiden liggen de cevenolse valleien met typische dorpjes gelegen tegen de bergflanken, uitwaaierende kastanjeboomgaarden en schapen-en geitenkuddes. Deze valleien staan in scherp contrast met het onherbergzame graniet van de Monts Lozère in het noorden en de uitgestrekte maanlandschapachtige kalksteenplateau's (causses) in het westen, die zich verheffen boven de rivierdalen van de Tarn en de Jonte.

 De geschiedenis heeft eveneens zijn sporen heeft achtergelaten: oude kerkjes en privébegraafplaatsen brengen de godsdienstoorlog in herinnering, terwijl de terrasvormige landbouwgronden laten zien hoe de boeren hier vroeger leefden.  De kastanjedrogerijen (clèdes), de zijderupskwekerijen (magnaneries) en de traditionele boomstambijenkorven (ruches troncs) roepen deze historische tradities op.